Hier geloven wij in
Als we radicaal eerlijk zijn: onze oprichter heeft zelf een diepe, diepe behoefte aan Gewoon Goede Gesprekken. Met hoofdletters.
Aan gesprekken waarin je hardop mag onderzoeken wat je denkt, voelt, vindt en belangrijk vindt. Zonder dat iemand het meteen komt oplossen, invullen of overnemen.
Dus creëerde ze een plek waar mensen samen kunnen oefenen in precies dat soort gesprekken.
Want soms weet je gewoon even niet wat je nou eigenlijk precies denkt, voelt of wilt.
En soms ontdek je dat juist in gesprek met anderen.
We hebben elkaar nodig.
Dat is wat er in de onderstroom gebeurt. Heel subtiel.
De ander zegt misschien niets verkeerds. Is vriendelijk. Wil je helpen. Stelt vragen.
En toch voel je dat diegene ergens iets van je wil.
Er zit iets in het gesprek wat niet helemaal vrij is.
Niet omdat de ander slechte intenties heeft. Maar omdat diegene niet helemaal van jouw waarneming afblijft.
Je voelt dat de ander niet alleen naast je staat, maar ongemerkt ook een beetje aan je trekt.
Ook als het goed bedoeld is.
De ander kan technisch gezien prachtige vragen stellen. Empathisch reageren. Aardig zijn. Alle juiste gesprekstechnieken gebruiken.
Maar als er onderliggend een richting in zit — ik hoop dat jij dit gaat inzien — dan kun je dat tóch voelen.
Er wordt niet alleen naar je geluisterd. Er wordt ergens ook op een uitkomst gehoopt.
Het gaat dus niet alleen om wat je zegt of welke vraag je stelt, maar om de positie van waaruit je die vraag stelt.
Bij The Question Club knikken we niet alleen vriendelijk naar elkaar.
We zijn juist nieuwsgierig.
We vragen door. We onderzoeken. We spiegelen terug wat we horen. We kunnen iets opmerken wat jij zelf nog niet zag.
Soms stellen we precies die vraag waardoor je ineens denkt:
Ja. Wacht. Dát.
Wel
jou helpen onderzoeken
Niet
voor jou bepalen waar dat onderzoek uit moet komen
Daarom proberen we ruimte te laten tussen wat jij vertelt en wat wij ervan vinden.
Zodat jij jezelf kunt blijven horen.
En voor de duidelijkheid: je hoeft dit allemaal niet te onthouden. Laat staan dat je het altijd precies zo moet kunnen.
Daarom leidt Yvonne ieder gesprek. Zij bewaakt de ruimte, zodat iedereen vrij kan meedoen aan het gezamenlijke onderzoek.
Stel je een keer een vraag die toch wat sturender blijkt. Vul je iets in voor een ander. Geef je per ongeluk advies terwijl niemand daarom vroeg.
Geen probleem.
Dan merken we het op. We sturen bij. En we gaan verder.
Want ook dát hoort erbij.
We voeren hier geen perfecte gesprekken. We oefenen in de kunst van Gewoon Goede Gesprekken.
Niemand vertelt jou wat jij eigenlijk voelt, denkt of bedoelt.
We kunnen iets zien. Iets horen. Iets vermoeden.
We mogen elkaar bevragen, uitdagen en laten zien wat we zelf zien. Maar uiteindelijk blijft de vraag: wat klopt daarvan voor jou?
Jouw waarneming mag onderzocht worden. Bevraagd. Misschien zelfs volledig veranderen. Zonder dat iemand anders haar voor je invult.
Dat iets voor jou waar voelt, maakt het nog niet waar.
Je gevoel kan gekleurd zijn. Je herinnering onvolledig. Je kunt iets verkeerd begrijpen. En iemand anders kan iets zien wat jij totaal over het hoofd ziet.
Daarom onderzoeken we.
Niet
Dit voelt niet goed, dus het ís niet goed.
Maar
Dit voelt niet goed. Interessant. Wat neem ik eigenlijk waar?
We vragen door, onderzoeken en spiegelen. Niet om je ergens van te overtuigen, maar zodat jij scherper kunt krijgen:
Je hoeft je eigen waarneming niet onmiddellijk te wantrouwen. Maar je hoeft haar ook niet onmiddellijk tot waarheid te verklaren.
We kijken wat overeind blijft als we er van verschillende kanten omheen lopen.
En als je daarna denkt: ja, dit is wat ik nú zie — dan mag je daar ook voor staan.
Jij bent niet de enige die waarneemt. De ander ook.
We willen van verschillende ervaringen vaak één kloppend verhaal maken. Wie heeft gelijk? Wat gebeurde er écht?
Maar jouw ervaring hoeft die van de ander niet ongeldig te maken. En andersom ook niet.
Een Gewoon Goed Gesprek hoeft verschillen niet onmiddellijk op te lossen. Het moet ze kunnen verdragen.
Zodra er een vraag verschijnt, willen we vaak zo snel mogelijk naar het antwoord.
Wij zijn juist geïnteresseerd in het gebied ervóór. Waar iets nog niet vastligt en we kunnen kijken zonder onmiddellijk te hoeven concluderen.
Niet-weten is geen eindbestemming. Maar te snel weten kan ervoor zorgen dat we missen wat er eigenlijk te zien was.
Soms is niet-weten precies de ruimte die nodig is om iets zichtbaar te laten worden.
Een zin begint en stopt weer.
“Nee, wacht. Zo bedoel ik het niet.”
Een stilte. Nog een poging. En ineens:
Ja. Dát.
Niet de perfecte formulering. Maar woorden waarbij iets landt. Alsof iets wat er al was eindelijk zichtbaar wordt.
Dat kun je niet afdwingen. Je kunt er wél ruimte voor maken.
We hoeven kloppende woorden niet altijd te bedenken. We kunnen de condities creëren waarin ze ontstaan.
Soms zijn de woorden er simpelweg nog niet.
Je voelt iets. Merkt iets op. Weet dat iets niet meer helemaal klopt. Maar je kunt nog niet zeggen wat dan wél.
Precies daar zijn we geneigd haast te krijgen.
Terwijl misschien de interessantste vraag op dat moment is:
Wat gebeurt er als we het nog even niet invullen?
Niet voor altijd. Maar lang genoeg om iets op te kunnen merken wat je niet had kunnen bedenken met de antwoorden die je al kende.
Ruimte tussen wat je al weet en wat je nog niet weet.
Tussen de woorden die je al kent en de woorden die er nog niet zijn.
Niet om zonder antwoord te blijven. Maar om niet te snel genoegen te nemen met een antwoord dat er al was.
Niet nóg harder zoeken naar het juiste antwoord.
Maar samen een plek creëren waarin iets zichtbaar kan worden wat je alleen misschien niet had gevonden.
Een Gewoon Goed Gesprek.
KOM EEN KEER VRIJBLIJVEND MEEDOEN →